Eerst onderzoek en daarna pas klagen schending klachtplicht?

Door: Robert van Ewijk

31 maart 2026

De Hoge Raad heeft zich in zijn arrest van afgelopen vrijdag (27 maart 2026) uitgelaten over de vraag of Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenwaard (hierna: HHSK) tijdig heeft geklaagd bij de eiseres tot cassatie (zie ECLI:NL:HR:2026:507). Het is een belangrijk arrest over de klachtplicht. Schending van de klachtplicht kan verstrekkende gevolgen hebben.

Aannemingsovereenkomst voor de bouw van een aflaatconstructie

Tussen HHSK en eiseres is in 2010 een overeenkomst van aanneming van werk tot stand gekomen. Op grond van deze overeenkomst zou eiseres een aflaatconstructie ontwerpen en realiseren voor HHSK. Een aflaatconstructie is een bouwwerk dat overtollig water af moet voeren. Deze aflaatconstructie zou op grond van de aannemingsovereenkomst een capaciteit van 20 m3/s moeten hebben.

Uit test blijkt dat bouwwerk niet de afgesproken specificaties heeft

De capaciteit van de aflaatconstructie is in 2018 door HHSK getest. Gebleken is dat de aflaatconstructie slechts een capaciteit van 6,4 m3/s had. HHSK twijfelde aan deze uitkomst. Daarom heeft zij een derde partij opdracht gegeven om de capaciteit van de aflaatconstructie te onderzoeken. Op 1 juli 2019 ontving HHSK de conclusie van het onderzoek. Uit deze conclusie blijkt dat de aflaatconstructie een lagere capaciteit heeft dan de overeengekomen 20 m3/s. HHSK heeft eiseres midden augustus 2019 (dus anderhalve maand later) op de hoogte gebracht van de conclusie van het onderzoek. Vervolgens is eiseres op 6 oktober 2020 door HHSK in gebreke gesteld. Volgens eiseres tot cassatie heeft HHSK te laat geklaagd. De klachtplicht is namelijk al in 2018 gaan lopen. HHSK is het daar niet mee eens. Zij vindt dat ze de gelegenheid had moeten krijgen om eerst nader onderzoek te doen.

Beroep op schending klachtplicht slaagt niet

In eerste aanleg is de vordering van HHSK – dat de aannemer wordt veroordeeld om de gebreken aan de aflaatconstructie binnen een jaar te herstellen – afgewezen. In hoger beroep heeft eiseres gesteld dat de vorderingen van HHSK niet-ontvankelijk moeten worden verklaard aangezien niet zou zijn voldaan aan de klachtplicht van artikel 6:89 BW (zie ECLI:NL:GHARL:2024:5613). Dit beroep van eiseres slaagt niet. Het hof oordeelt:

“HHSK heeft in februari 2018 de capaciteit van de ARE onder gecontroleerde omstandigheden getest. De uitkomst daarvan was dat de ARE een capaciteit had van 6,4 m3/s in plaats van de overeengekomen 20m3/s. (…) Omdat de uitkomst van die test HHSK verbaasde en zij betwijfelde of die uitkomst juist was, heeft HHSK ter controle opdracht gegeven aan Deltares om een bureaustudie uit te voeren waarbij de capaciteit van de aflaatconstructie zou worden geanalyseerd. Het definitieve rapport van deze bureaustudie heeft HHSK ontvangen op 1 juli 2019. Uit dit rapport van Deltares blijkt dat Deltares de capaciteit op basis van de gegevens van de systeemtest uit 2018 heeft herberekend op een capaciteit van 7,4 m3/s. Deltares schat de capaciteit van de ARE bij hoog peil in de Rotte 11 á 12 m3/s. HHSK de uitkomsten van het rapport van Deltares op 16 augustus 2019 aan [geïntimeerde] medegedeeld. Uit deze gang van zaken leidt het hof af dat HHSK voor het eerst per 1 juli 2019 duidelijk is geworden in welke mate de capaciteit van de ARE niet aan de Basisovereenkomst voldeed. Dat de systeemtest uit 2018 hiervoor al aanwijzingen bevatte, betekent niet dat HHSK toen [geïntimeerde] al op de hoogte had moeten stellen. HHSK twijfelde zelf aan de uitkomst van de systeemtest met betrekking tot de ARE. Naar het oordeel van het hof mocht HHSK, voordat zij tot een ingrijpende stap als het melden van een gebrek bij [geïntimeerde] jaren na ingebruikname van de ARE over zou ga, onder die omstandigheden eerst nader onderzoek laten uitvoeren. Dat dit nader onderzoek vervolgens meer dan een jaar duurde is op zichzelf onvoldoende om te kunnen oordelen dat de klachtplicht is geschonden. Dat [geïntimeerde] daardoor in zijn belangen is geschaad, is onvoldoende aannemelijk geworden. Nadat HHSK het rapport van Deltares had ontvangen, heeft zij voldoende voortvarend [geïntimeerde] van dat rapport op de hoogte gesteld en de te beperkte capaciteit van de ARE aangekaart in de e-mail van 16 augustus 2019.”

Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt eiseres om binnen twee jaar de gebreken op zodanige wijze te herstellen dat de aflaatconstructie een capaciteit van minimaal 20 m3/s behaald.

De Hoge Raad heeft het beroep van eiseres verworpen en houdt het oordeel van het hof in stand.

Ruimte voor onderzoek voordat de klachtplichttermijn gaat lopen

Ondanks dat je er op grond van de klachtplicht verstandig aan doet om ingeval van gebreken of onjuistheden bij een overeenkomst dit zo snel mogelijk kenbaar te maken bij de wederpartij, kan uit het arrest van de Hoge Raad worden afgeleid dat er voor de klager een bepaalde ruimte kan bestaan om de gebreken te onderzoeken. Uit dit arrest blijkt immers dat het – onder omstandigheden – mogelijk is om éérst deskundig onderzoek uit te laten voeren, voordat er bij de wederpartij wordt geklaagd én voordat de termijn van de klachtplicht begint te lopen.

Wanneer begint de klachtplicht dan wel te lopen?

Uit het arrest blijkt echter dat niet elk vermoeden dat er iets mis zou kunnen zijn, al leidt tot de verplichting om te klagen. Klagen is, aldus het gerechtshof in het arrest dat door de Hoge Raad werd bekrachtigd, een ingrijpende stap. Degene die een gebrek ontdekt, mag eerst onderzoek doen voordat die moet klagen.

Dat dit onderzoek lang duurt is wellicht relevant voor de vraag of de klachtplicht loopt, maar op zichzelf niet voldoende voor de conclusie dat te laat is geklaagd. Toch neem je als opdrachtgever een risico als je niet meteen nadat je een vermoeden hebt van een gebrek bij de wederpartij klaagt. In de wet staat namelijk dat de klachtplicht niet alleen begint te lopen op het moment dat je bekend bent met het gebrek, maar ook op het moment dat je dat ‘behoort te zijn’. Daarom: klaag op tijd. Ook al is dat – zoals het gerechtshof zegt – een ingrijpende stap.