20 juli 2026
Inhoudsopgave
Als je een rechtszaak wint en de wederpartij wordt veroordeeld om jouw proceskosten te betalen, betreft dat doorgaans een forfaitair tarief. Dat betekent dat niet je volledige proceskosten vergoed worden, maar een vooraf vastgesteld bedrag dat gebaseerd is op de waarde van het geschil en complexiteit van de procedure. Het komt zelden voor dat de integrale proceskosten vergoed moeten worden door je wederpartij.
Als een integrale of reële proceskostenveroordeling moet worden betaald, gaat het om álle kosten die je hebt moeten maken. Dus niet alleen het griffierecht en de deurwaarderskosten, maar ook de daadwerkelijk gemaakte kosten van je advocaat. Maar let op: die integrale proceskostenveroordeling is dus een uitzondering.
In de wet (artikel 3:13 BW) staat dat je een bevoegdheid niet mag inroepen voor zover je die misbruikt. Omdat iedereen rechte heeft op toegang tot de rechter (artikel 6 EVRM), is van misbruik van procesrecht niet snel sprake. In beginsel staat het je dus vrij om iemand te dagvaarden. Maar als de rechten zodanig evident zonder redelijk doel zijn aangewend, als er geen redelijk doel is om te gaan dagvaarden of als de bevoegdheden met een ander doel dan waarvoor ze zijn bedoeld worden gebruikt, kan sprake zijn van misbruik van procesrecht.
Op 15 september 2017 heeft de Hoge Raad twee uitspraken gedaan (ECLI:NL:HR:2017:2360 en ECLI:NL:HR:2017:2366) waarin is uitgelegd wanneer sprake is van misbruik van recht en wanneer er dus aanleiding kan zijn om een reële proceskostenveroordeling uit te spreken. De Hoge Raad herhaalde het uitgangspunt dat de verliezer wordt veroordeeld in de forfaitair vast te stellen proceskosten, maar voegt daar vervolgens aan toe:
“Het voorgaande neemt evenwel niet weg dat (…) een volledige vergoedingsplicht (ter zake van proceskosten) denkbaar is, doch alleen in ‘buitengewone omstandigheden’, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad. Hieromtrent is in het arrest HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, NJ 2012/233 (Duka/Achmea) overwogen dat pas sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen (…), als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. (…)”
De advocaten van Lexys hebben in meerdere zaken bewerkstelligd dat de wederpartij aan hun cliënt een reële proceskostenvergoeding moest betalen. Een van die zaken speelde in 2018 voor de rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2018:4649). In die zaak vorderde een moeder een geldbedrag van haar zoon. Als bewijs legde ze een schuldbekentenis over. Wat ze de rechtbank niet vertelde, was dat ze dit geld allang had kwijtgescholden.
Volgens de rechtbank ontbrak voor haar vordering “elke feitelijke onderbouwing”. Bovendien had ze:
“meerdere malen uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk het standpunt ingenomen dat de schuldbekentenis (…) ten onrechte is opgesteld en niet juist is en dat deze ook niet haar instemming heeft”.
De vrouw moet daarom de door haar zoon gemaakte advocaatkosten volledig vergoeden.
In een andere zaak had een tegenpartij van een van onze cliënten de rechtbank bij het leggen van beslag onjuist geïnformeerd. Het ging om een conservatoir beslag in verband met een vordering die alleen maar ingesteld kon worden, als de betreffende eiser (economisch) eigenaar zou zijn geweest van de onroerende zaak waar het in die procedure over ging. Echter was die eiser nooit eigenaar geweest en haar advocaat wist dat ook. Desondanks werd het beslag gelegd.
Door de advocaat procesrecht van Lexys werd daarom opheffing van het beslag gevorderd en veroordeling in de integrale proceskosten die de beslagene had gemaakt. In het vonnis van 1 augustus 2024 werd die vordering door de rechtbank Zeeland-West-Brabant toegewezen (zaaknummer 423514, niet gepubliceerd).
Volgens de rechtbank was namelijk een “misleidend beeld” geschetst om het beslag te kunnen leggen. De rechtbank noemt de stellingen van de eiser over het eigendom van de zaak “onjuist en onwaar”. Dit alles was voor de voorzieningenrechter reden om af te wijken van de gebruikelijke liquidatietarieven:
“Mr. [X] wist immers hoe de juridische verhoudingen lagen en heeft tegen beter weten in en uitsluitend met de bedoeling het verlof te krijgen een misleidend beeld in het Verzoekschrift gegeven.”
en:
“De voorzieningenrechter veronderstelt dat afwijking van het gebruikelijke liquidatietarief een disciplinerende werking zal kunnen hebben om de voorzieningenrechter voortaan juist en volledig in te lichten.”
In een recente zaak, werd ook een reële proceskostenveroordeling uitgesproken. Een man had een verdienmodel gemaakt van het indienen van AVG-verzoeken bij webshops en maakte misbruik van hun onwetendheid. Als ze niet snel genoeg reageerden, had hij ze al gedagvaard. De man had ongeveer 90 inzageverzoeken gedaan en meerdere vergelijkbare rechtszaken gevoerd, blijkt uit het vonnis. In een van die procedures voerde onze advocaat verweer en vorderde zij veroordeling van alle gemaakte advocaatkosten voor haar cliënt. Die vordering (het ging om ruim €10k aan kosten) werd door de rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2026:8285) toegewezen.
Die laatste zaak kreeg ook in de landelijke media aandacht, onder andere in verband met de hoge proceskostenveroordeling die werd uitgesproken. Het Financieele Dagblad schreef: “In de zaak veroordeelt de rechtbank de eiser bovendien tot betaling van de volledige proceskosten, van ruim €10.000.”. Dit is echter uitzonderlijk. Als jij wilt weten of in jouw zaak onrechtmatig wordt geprocedeerd, of sprake is van misleiding die zodanig is dat van de normale vergoedingen moet worden afgeweken, neem dan contact op met de specialist procesrecht van Lexys Advocaten.