Vervalst bewijs in rechtszaak leidt tot proceskostenveroordeling van ruim €25k

Door: Robert van Ewijk

04 augustus 2025

In een eerdere blogpost over de schending van de waarheidsplicht (artikel 21 Rv) werd geschreven: “houd je de rechter voor de gek, dan ga je op je bek”. Dat was geen loze kreet. Als je in een procedure bewust onjuiste of onvolledige informatie verstrekt, loopt je een serieus risico op een forse kostenveroordeling. Dat ondervonden ook twee caféhouders die een pand wilden kopen waar zij al jaren een deel van huurden. De caféhouders dachten via een handgeschreven koopakte hun recht te kunnen halen, maar deze bleek vervalst en dat kwam hen duur te staan. Dat blijkt uit een vonnis van de rechtbank Amsterdam van deze zomer (ECLI:NL:RBAMS:2025:4591ECLI:NL:RBAMS:2025:4591). Advocaat procesrecht Robert van Ewijk legt uit wat de gevolgen waren.

Caféhouders willen huurpand kopen

De twee caféhouders huurden al jarenlang een pand waarin zij hun café exploiteerden. In september 2023, toen één van de eigenaren al overleden was, is er een poging gedaan tot overdracht bij de notaris. Deze kon echter niet voltooid worden, omdat de erfgenamen van de overledene moesten meewerken en er nog een executeur benoemd moest worden in de nalatenschap. In dezelfde maand is, op verzoek van de andere mede-eigenaar en één van zijn erfgenamen een handgeschreven koopovereenkomst opgesteld. Deze koopovereenkomst werd geantedateerd naar 5 februari 2023. Dit document is door de caféhouders en door de (niet-overleden) mede-eigenaar ondertekend. Vreemd genoeg staat in deze overeenkomst ook bij de in juni 2023 overleden mede-eigenaar een handtekening. In december 2023 is ten slotte de andere mede-eigenaar overleden.

Beslag en vordering tot levering

De caféhouders legden in mei 2024 conservatoir beslag op het pand. Zij vorderden dat de erfgenamen (en executeurs) meewerkten aan levering van het pand. De erfgenamen van de eigenaren en de executeurs van de nalatenschap weigerden om aan de levering mee te werken. Volgens hen was het stuk achteraf opgesteld en was de handtekening van één van de (overleden) eigenaren vervalst.

Handtekening blijkt vals

In de procedure bij de rechtbank presenteerden de caféhouders het handgeschreven document als geldig bewijs van een rechtsgeldige koop. Ze hielden dus vol dat er vóór het overlijden van de verhuurders al een deal was gesloten. De erfgenamen en executeurs concludeerden dat het stuk niet alleen geantedateerd was, maar ook een vervalste handtekening van één van de inmiddels overleden mede-eigenaars bevatte. De caféhouders wisten dat de mede-eigenaar was overleden en de handtekening niet echt kon zijn. Daarmee was duidelijk dat er bewust een onjuist beeld aan de rechter was voorgehouden.

Schending van de waarheidsplicht

De rechtbank bepaalt dat de caféhouders inderdaad in strijd hebben gehandeld met artikel 21 Rv, dat bepaalt:

“Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.”

Wie dat niet doet, loopt het risico dat de rechter gevolgen verbindt aan die schending. En dat gebeurde hier ook.

De rechtbank besluit dat het valselijk overleggen van een geantedateerd document met vervalste handtekening niet alleen een schending van de waarheidsplicht is, maar ook onrechtmatig handelen oplevert.

Forse proceskostenveroordeling voor de vervalser

Hoewel de eisers (de caféhouders) het grootste deel van hun vordering tijdens de procedure nog introkken, wenste de tegenpartij alsnog een kostenveroordeling. Die verzocht om de daadwerkelijk gemaakte proceskosten te vergoeden in plaats van de gebruikelijke liquidatietarieven. De rechtbank ging daarin mee, bij wijze van sanctie op het schenden van de waarheidsplicht. In totaal moeten de eisers ruim €25.000,- aan kosten vergoeden.

Het gebruiken van vervalst bewijs is dus altijd af te raden. Met onrechtmatig verkregen bewijs kan dat anders zitten. Daarover gaat het blog dat je hier leest.