30 december 2025
Inhoudsopgave
Het procesrecht is een vak apart. Als je de regels niet goed toepast, kan dat grote gevolgen hebben. In dit blog komt het hoger beroep in de verzoekschriftprocedure aan de orde. Een van de bijzonderheden daarvan is hetgeen bepaald in artikel 359 Rv (over het hoger beroep) en de koppeling van die bepaling aan artikel 278 Rv (waarin de eisen staan voor het verzoekschrift).
Uit die artikelen volgt dat het beroepschrift een duidelijke omschrijving van het verzoek moet bevatten én de gronden van het beroep. In artikel 359 Rv wordt verwezen naar art. 278 Rv, en daarin staat dat in het verzoekschrift “een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust” moet bevatten. Het voorschrift dat het beroepschrift de gronden moet bevatten, betekent dat moet zijn aangegeven tegen welke beschikking hoger beroep wordt ingesteld en welke bezwaren daartegen bestaan.
Dat is een belangrijk verschil met de dagvaardingsprocedure. Bij hoger beroep in een dagvaardingsprocedure, kan je een dagvaarding uitbrengen en krijg je vervolgens van het Gerechtshof een termijn om een memorie van grieven in te dienen. Dat is bij de verzoekschriftprocedure dus niet het geval. Je kan niet ‘pro forma’ hoger beroep instellen en de gronden later indienen. Dat moet je meteen doen bij het indienen van het beroepschrift.
Als de advocaat verzuimt om de gronden voor het hoger beroep (ook wel ‘grieven’ genoemd) in het beroepschrift op te nemen, dan leidt dat tot niet-ontvankelijkheid. Een dergelijke fout kan niet hersteld worden. Dat besliste de Hoge Raad in zijn arrest van 30 juni 2023 (ECLI:NL:HR:2023:997):
“Het verzuim in een beroepschrift de gronden op te nemen waarop het beroep berust, is niet voor herstel vatbaar.”
Alleen als het beroepschrift wél de gronden voor het beroep vermeldt, maar bij het verkeerde Gerechtshof is ingediend, wordt het beroep als tijdig aangemerkt:
“Voor het geval echter dat een verzoekschrift waarin de gronden van het beroep zijn opgenomen, gebrekkig, want bij de griffie van een verkeerd gerecht, is ingediend, is aanvaard dat het geacht wordt te zijn ingediend op het tijdstip van binnenkomst bij het verkeerde gerecht.”
De partij die in hoger beroep gaat tegen een beschikking in een verzoekschriftprocedure, maar daarbij ‘vergeet’ de gronden te vermelden, wordt dus niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent in feite dat hij ‘game over’ is. Het hoger beroep strandt, en de beschikking krijgt gezag van gewijsde.
Bij procederen zitten een boel addertjes onder het gras. Eén daarvan is in dit blog besproken, namelijk dat je bij hoger beroep tegen beschikkingen meteen je grieven moet vermelden. Dit is van belang bij alle uitspraken in verzoekschriftprocedures.