05 oktober 2023
Inhoudsopgave
In boek 7 van het Burgerlijk Wetboek staan de bepalingen over de huurovereenkomst bedrijfsruimte. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten huurovereenkomsten. Namelijk de zogenaamde 230a-bedrijfsruimte en de 290-bedrijfsruimte. De nummers verwijzen naar de wetsartikelen waarin één en ander geregeld is. Kort gezegd komt het erop neer dat de regels van de 290-bedrijfsruimte gelden voor winkels, horeca en andere voor het publiek toegankelijke ruimtes. De regels van de 230a-bedrijfsruimte gelden voor overige bedrijfsruimtes, zoals kantoorruimte, loodsen, enzovoorts. Die huurovereenkomst kan tegen de einddatum in beginsel gewoon opgezegd worden, maar in dat geval kan de huurder wel een beroep doen op ontruimingsbescherming.
Hieronder lees je hoe dat zit met de huurovereenkomst voor de 290-bedrijfsruimte.
Een 290-bedrijfsruimte wordt ook wel middenstandsbedrijfsruimte of winkelruimte genoemd. Middenstandsbedrijfsruimten zijn bijvoorbeeld winkels en horecagelegenheden. Dergelijke bedrijfsruimten worden door klanten of gasten bezocht en het is voor de huurder daarom van belang dat er zekerheid bestaat over het voortbestaan van de huurovereenkomst. Zij moeten namelijk vaak grote investeringen doen in het gehuurde en zijn daarnaast sterk afhankelijk van hun locatie.
In de wet worden de belangen van de huurder middenstandsbedrijf beschermd. Van deze wetgeving mag niet worden afgeweken ten nadele van de huurder, tenzij de rechter daarvoor toestemming verleent. De wet bepaalt dat huurovereenkomsten voor middenstandsbedrijfsruimten in beginsel voor vijf jaar aan worden gegaan, met automatisch vijf jaar verlening wanneer de huurovereenkomst niet wordt opgezegd. Partijen mogen ook een langere eerste termijn overeenkomen. In dat geval zal de eerste verlenging er in ieder geval voor zorgen dat de totale huurtermijn tien jaar bedraagt. Wel is het sinds kort mogelijk om een huurovereenkomst voor twee jaar of korter af te sluiten voor middenstandsbedrijfsruimten.
De opzegging van een huurovereenkomst van een middenstandsbedrijfsruimte door de verhuurder moet ten minste één jaar voor het einde van de termijn te worden aangezegd. De opzegging dient daarnaast te geschieden bij exploot of bij aangetekende brief. Maar, de huurovereenkomst mag na verloop van de eerste periode niet zomaar opgezegd worden, ook al nadert het einde van de overeengekomen termijn. Een huurovereenkomst mag na verloop van de eerste periode van vijf jaar of langer slechts door de verhuurder opgezegd worden indien sprake is van slechte bedrijfsvoering door de huurder of dringend eigen gebruik door de verhuurder.
Ook na de tweede termijn gelden aanvullende regels. Een huurovereenkomst mag na verloop van de tweede periode van vijf jaar of een totaal van tien jaar vanaf de aanvang, slechts opgezegd worden wanneer de verhuurder daar redelijke gronden voor heeft. Redelijke gronden kunnen zijn:
het is dus afhankelijk van bovenstaande omstandigheden of de verhuurder de overeenkomst na de eerste of tweede termijn op kan zeggen. Wanneer een huurder niet akkoord gaat met een opzegging kan de verhuurder de rechter vragen om het tijdstip van beëindiging van de huurovereenkomst vast te stellen. De rechter zal dan moeten beoordelen of de verhuurder één of meer redelijke gronden heeft om de huurovereenkomst op te zeggen. Wanneer van geen van bovenstaande situaties sprake is, dan dient er een belangenafweging van de huurder en de verhuurder plaats te vinden.
Zolang de rechter geen tijdstip voor de beëindiging van de huurovereenkomst heeft vastgesteld, blijft de huurovereenkomst gewoon van kracht. Ben je huurder of verhuurder van een middenstandsbedrijfsruimte en heb je vragen of de opzegging of een andere kwestie rondom de huur? Neem dan contact op met de advocaat huurrecht van Lexys Advocaten.