Kan een vervaltermijn in algemene voorwaarden door de beugel?

Door: Conner Canters

02 maart 2026

In het consumentenrecht speelt de bescherming van de zwakkere partij (de consument) een  belangrijke rol. Als een ondernemer algemene voorwaarden hanteert die de positie van de consument verzwakken, kan zo’n beding als onredelijk bezwarend worden beschouwd. Dat is wettelijk geregeld in artikel 6:233 BW in samenhang met de zwarte lijst van artikel 6:236 BW en de grijze lijst van artikel 6:237 BW. Een vervalbeding is een beding waarin is bepaald dat bepaalde rechten na verloop van tijd komen te vervallen. Daardoor kan je bijvoorbeeld na een bepaalde tijd geen schadevergoeding meer vorderen van je wederpartij. Conner Canters is advocaat contractenrecht en legt uit wanneer een vervalbeding is toegestaan en wanneer niet.

Vervalbeding staat soms op de zwarte lijst van verboden algemene voorwaarden

De zwarte lijst bevat een opsomming van specifieke bedingen die altijd onredelijk bezwarend zijn wanneer ze in algemene voorwaarden worden opgenomen. Dat geldt alleen in een rechtsverhouding tussen een ondernemer (de gebruiker van de algemene voorwaarden) en een consument. Als een beding op deze lijst staat, is dat beding vernietigbaar. In artikel 6:236 sub g BW staat bijvoorbeeld wanneer een vervaltermijn onredelijk bezwarend is.

Namelijk bij een beding

“dat een wettelijke verjarings- of vervaltermijn waarbinnen de wederpartij enig recht moet geldend maken, tot een verjarings- onderscheidenlijk vervaltermijn van minder dan een jaar verkort”

Indien een wettelijke verjarings- of vervaltermijn wordt verkort tot minder dan één jaar, is dat beding dus onredelijk bezwarend.

Een beding dat ervoor zorgt dat rechten en verweren vervallen, kan op grijze lijst staan

De grijze lijst bevat bedingen die vermoed worden onredelijk bezwarend te zijn. Dat vermoeden is weerlegbaar. Het ligt dan op de weg van de gebruiker (de ondernemer dus) om aan te tonen dat het beding niet onredelijk bezwarend is. Als een beding op deze lijst staat, is dat beding vernietigbaar tenzij de gebruiker dat vermoeden weerlegt. In artikel 6:237 sub h staat bijvoorbeeld wanneer een vervaltermijn wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn.

Namelijk bij een beding

“dat als sanctie op bepaalde gedragingen van de wederpartij, nalaten daaronder begrepen, verval stelt van haar toekomende rechten of van de bevoegdheid bepaalde verweren te voeren, behoudens voor zover deze gedragingen het verval van die rechten of verweren rechtvaardigen”

Een beding waarbij rechten of verweren van de consument vervallen als sanctie van bepaald gedrag of nalaten, wordt dus vermoed onredelijk bezwarend te zijn.

Vervalbeding mag ook op zichzelf niet onredelijk bezwarend zijn

In het geval dat een beding niet onder de zwarte of grijze lijst valt, kan een beding alsnog op grond van artikel 6:233 sub a BW onredelijk bezwarend zijn. Dat betreft als het ware een vangnet voor de consument. Het verschil met de zwarte en grijze lijst is voornamelijk gelegen in de bewijslastverdeling. De bewijslast over de vraag of een beding onredelijk bezwarend is op grond van de open norm, rust namelijk op de consument. In tegenstelling tot de grijze lijst, waar het op de weg van de gebruiker ligt om het vermoeden dat een beding onredelijk bezwarend is, te weerleggen. Bij de zwarte lijst is een beding automatisch onredelijk bezwarend.

In de bouw wordt vaak gebruik gemaakt van de AVA2013: een set algemene voorwaarden die door een brancheorganisatie is opgesteld. In 2024 bepaalde de rechter dat een vervalbeding dat in de AVA2013 is opgenomen, onredelijk bezwarend is. Waarom de rechter tot dat oordeel kwam, lees je in dit blog.

Wanneer is een vervalbeding in algemene voorwaarden dan wel acceptabel?

Op 3 maart 2020 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:531) zich uitgelaten over een vervalbeding dat de wettelijke verjaringstermijn of vervaltermijn verkort. De Hoge Raad overwoog:

“Art. 6:236, aanhef en onder g, BW ziet uitsluitend op bedingen die een wettelijke verjaringstermijn verkorten tot een verjaringstermijn van minder dan één jaar of die een wettelijke vervaltermijn verkorten tot een vervaltermijn van minder dan één jaar. Dergelijke bedingen worden geacht onredelijk bezwarend te zijn.

Bedingen die een wettelijke verjaringstermijn verkorten tot een verjaringstermijn van één jaar of meer, of die een wettelijke vervaltermijn verkorten tot een vervaltermijn van één jaar of meer, vallen niet onder art. 6:236, aanhef en onder g, BW en kunnen wat hun inhoud betreft alleen getoetst worden aan de open norm van art. 6:233, aanhef en onder a, BW. Deze bedingen worden dus niet op voorhand als onredelijk bezwarend aangemerkt of vermoed onredelijk bezwarend te zijn.

Alle overige vervalbedingen, waaronder vervalbedingen die een wettelijke verjaringstermijn vervangen, vallen onder het bereik van art. 6:237, aanhef en onder h, BW. Deze bedingen worden in beginsel vermoed onredelijk bezwarend te zijn.”

Hieruit volgt dat een beding dat de wettelijke verjarings- of vervaltermijn verkort tot één jaar of meer, alleen getoetst kan worden aan artikel 6:233 sub a BW. Alle overige (kortere) vervalbedingen worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn. De formulering van een dergelijk beding is dus van doorslaggevende betekenis.

Advocaat bij opstellen algemene voorwaarden

De vraag of een vervaltermijn 1) onredelijk bezwarend is, 2) wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn, of 3) enkel kan worden getoetst aan de open norm van artikel 6:233 sub a BW, hangt af van de juridische kwalificatie van het beding. Wil jij een vervalbeding opnemen in je algemene voorwaarden en zeker weten dat die stand houdt als je er bij de rechter een beroep op doet? Neem dan contact op met de advocaat contractenrecht van Lexys.

Dit moet je weten over algemene voorwaarden