Geen spoedeisend belang bij inbreuk handelsnaam

Door: Jim de Rouw

31 oktober 2025

De rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 21 oktober 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:5464) dat de eiser geen spoedeisend belang had bij vorderingen over de inbreuk op haar handelsnaam. Een spoedeisend belang is echter wel een vereiste in een kort geding. De vorderingen van de eiser (BIGBAGSTORE.NL) tegen gedaagde (BIGBAGSTORE.EU) zijn daarom afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Jim de Rouw bespreekt de zaak. Hij houdt zich bezig met zaken betreffende de intellectuele eigendom, waaronder het handelsnaamrecht. Ook houdt hij zich bezig met procesrecht.

Verkoop van Big Bags voor de bouw onder de naam BigBagStore

Zowel eiser als gedaagde zijn bedrijven die FIB’s (‘big bag’), pallets, (afval) zakken en accessoires verkopen voor gebruik in de bouw. Eiser doet dat in Nederland onder de handelsnaam BIGBAGSTORE.NL, gedaagde is gevestigd in Duitsland en doet dat onder de handelsnaam BIGBAGSTORE.EU. Met die domeinnaam en gelijkluidende handelsnaam, is zij ook actief in Nederland. Eiser stelt dat gedaagde daarmee inbreuk maakt op haar handelsnaam. Zij doet een beroep op artikel 5 Handelsnaamwet. Dat bepaalt dat het verboden is om een handelsnaam te voeren die gelijk is aan of slechts in geringe mate afwijkt van een reeds bestaande handelsnaam. Dan moet er echter wel sprake zijn van verwarringsgevaar. Daarvoor moet onder andere gekeken worden naar de aard van de ondernemingen. Ook hun vestigingsplaats is van belang. Daarvan was volgens BIGBAGSTORE.NL sprake. Die verzoekt de voorzieningenrechter daarom om BIGBAGSTORE.EU te veroordelen om te stoppen met de inbreuk op haar handelsnaam.

Spoedeisend belang in IE-zaken

Om met succes een vordering in kort-geding in te stellen, is vereist dat eiser een spoedeisend belang heeft bij zijn of haar vorderingen. In IE-zaken geldt als uitgangspunt dat het spoedeisend belang is gegeven zolang de gestelde inbreuk voortduurt. Indien echter onvoldoende voortvarend wordt opgetreden tegen deze inbreuk, kan dit een aanwijzing zijn dat het belang van een eisende partij kennelijk geen voorlopige maatregel vergt. Zie daarvoor de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 29 maart 2021 (ECLI:NL:RBDHA:2021:2986) en 15 november 2016 ECLI:NL:RBDHA:2016:13741).

BIGBAGSTORE.NL heeft geen spoedeisend belang bij haar vorderingen

In de zaak tussen eiser en gedaagde stelt de voorzieningenrechter vast dat er sprake is van een inbreuk op de handelsnaam van eiser. Met als gevolg dat daarbij normaal gesproken er een spoedeisend belang is om inbreuk op die handelsnaam te laten stoppen. Echter omstandigheden brengen naar voren, dat het ditmaal anders ligt. Het strandt voor BIGBAGSTORE.NL in deze zaak aangezien zij geen spoedeisend belang zou hebben bij haar vorderingen. De Voorzieningenrechter stelt hiertoe dat het spoedeisend belang zodanig moet zijn dat zij uitkomst van een bodemprocedure niet kan afwachten. Echter, de voorzieningenrechter stelt dat BIGBAGSTORE.NL dit niet aannemelijk heeft gemaakt.

Inbreuk op handelsnaamrecht speelt al geruime tijd

De voorzieningenrechter:

“(…) aangezien de eisende partij op 29 april 2022 heeft ontdekt dat Rugo dezelfde handelsnaam voert en in Nederland actief is. Vanaf dat moment kreeg [eisende partij] berichten van klanten die de ondernemingen van partijen met elkaar verwarren. Op 21 juni 2023 heeft [eisende partij] een sommatiebrief gestuurd naar Rugo met het verzoek het gebruik van de handelsnaam te staken. Daarop is negatief gereageerd. Vervolgens heeft [eisende partij] de kwestie lange tijd laten rusten. Pas op 18 december 2024 is opnieuw een sommatiebief verzonden, gevolgd door verdere correspondentie in januari en mei 2025.”

De voorzieningenrechter vindt dat BIGBAGSTORE.NL te lang heeft gewacht. Hij oordeelt dat:

“Uit deze gang van zaken volgt dat [eisende partij] ruim 3,5 jaar heeft gewacht met het nemen van gerechtelijke stappen, terwijl de gestelde verwarring al in 2022 ontdekt werd. [eisende partij] geeft twee redenen voor dit tijdsverloop. Ten eerste geeft [eisende partij] aan dat het zo lang heeft geduurd doordat er schikkingsonderhandelingen liepen. Rugo betwist dat en uit de overgelegde stukken blijkt niet van dergelijke onderhandelingen. Daarnaast heeft [eisende partij] uitgelegd dat het aantal gevallen van verwarring na de sommatie in 2023 afnam en in 2024 weer toenam, waardoor er nu spoedeisend belang zou bestaan. Dit argument slaagt ook niet. Rugo heeft terecht gewezen op het door [eisende partij] overgelegde klachtenoverzicht uit productie 5 waaruit blijkt dat in 2024 uitsluitend klachten van buitenlandse partijen zijn ontvangen. In 2025 zijn er slechts twee klachten van verwarring geweest. Een toename van verwarring in Nederland (in 2024 en/of 2025) is daarmee niet aannemelijk geworden”

Advocaat bij inbreuk op handelsnaam

Bij een inbreuk op je handelsnaam is het van belang om snel en adequaat te handelen. Dat laat deze uitspraak ook weer zien. Hoewel er over de uitspraak inhoudelijk ook wel wat te zeggen is (verdedigbaar is bijvoorbeeld dat juist door het tijdsverloop, de druk en daarmee de spoed alleen maar is toegenomen), is het belangrijk om je goed te laten adviseren over de te nemen stappen als je een inbreuk constateert. Ook als je wordt aangesproken op een inbreuk, is adequate actie belangrijk. Uit de uitspraak blijkt namelijk ook dat de verliezer een fikse proceskostenveroordeling (ruim€ 14k) om de oren kreeg.